Zintuig: de reuk en het ‘ruik-proeven’

Hoe scherp zijn de zintuigen van je kat? Lees het in de artikelreeks Zintuigen! Dit eerste artikel gaat over haar reukvermogen en het ‘ruik-proeven’.

Katten hebben een zeer fijne neus: ze kunnen van alles ruiken. Hun neus helpt ze bij het bepalen van het territorium (van wie is het?), bij het vinden van eten en bij het beoordelen daarvan (is het eetbaar en vers?)

De neus werkt meteen als katten geboren worden. Pasgeboren kittens zijn nog blind, maar door de geur van hun moeder en de geur van haar tepel kunnen ze hun weg prima vinden.

De geur van je kat in haar omgeving

Je kat kan haar geur op meerdere manieren afgeven:

  • Als ze je kopjes geeft of als je haar aait, komt haar geur op jouw terecht. Jij ruikt het niet, maar zij, en andere katten wel. Hiermee geeft ze aan dat jij bij haar hoort bent.
  • Als een ongecastreerde kater urine sproeit, komt zijn geur op objecten in zijn territorium. Hij geeft duidelijk zijn territorium aan andere katten aan: tot hier en niet verder. Voor een krolse poes is die geur ook belangrijk: hier leeft een kater waarmee ze kan paren. De geur van urine is zo sterk dat wij het ook ruiken. Gecastreerde katers sproeien minder, en hebben minder de behoefte om overal in hun territorium een geurspoor achter te laten.
  • Als ze met haar nageltjes krabt, laat ze ook een klein beetje geur achter. Deze geur komt van zweetkliertjes, onder op haar voetkussentjes. Zelfs katten die geen nagels hebben om te krabben, drukken hun pootjes tegen objecten om hun geur te verspreiden.
  • Als ze haar vacht wast, komt haar eigen geur op haar vacht. Het is het unieke me-parfum van je kat!

Je kat heeft, behalve haar neus, ook nog een andere manier om te ruiken: door een klein orgaan in haar mond. Dit heet het orgaan van Jacobson. Katten gebruiken dit om specifieke geuren mee te vangen, vooral sterke geuren als die van kattekruid of van krolse katten. Als de kat een klein beetje met haar bekje open staat, ‘ruik-proeft’ ze de geur. Dit heet flehmen.

Net als bij mensen is de geur verbonden met de smaak. Het grote verschil tussen mens en katten hierbij is, dat wij gaan eten als we honger hebben, ook al smaakt het misschien niet zo lekker. Bij katten is het hongergevoel niet goed genoeg om te eten: het moet ook (goed) ruiken. Katten die vaak verkouden zijn, kunnen snel vermageren. Veel oudere katten hebben te maken met een achteruitgang van hun reukvermogen: speciaal voer voor oudere katten ruikt dan ook sterker, om de kat te verleiden het toch te eten.

Foto: Jack Lee (CC-licentie)