Jacht en spel

gedrag-jachtenspel

Iedere kat is een jager, dat ligt vast in haar instinct. Katten jagen dus niet alleen omdat ze honger hebben! Een huiskat die goed gevoed is, zal nog steeds buiten op vogeltjes of andere dieren jagen, maar minder dan zwerfkatten.

De meeste katten jagen op zoogdieren en reptielen, maar het ligt voornamelijk aan wat de moederpoes haar kittens heeft geleerd. Zo kan ze ze ook leren om te jagen op vogels, of om vissen te vangen. Vaak jagen katten alleen op kikkers voor de spanning, niet om ze op te eten.

De favoriete jachtstrategie van de kat is ‘zitten en wachten’ tot ze een goed ogenblik ziet om de prooi te doden. Ze let goed op en als de kans zich voordoet, springt ze er bovenop. Bij het jagen maakt ze gebruik van haar staart: door haar staart te bewegen, hoopt ze dat haar prooi ook beweegt, al is het maar een klein beetje. Een stilzittende prooi is voor een kat namelijk een stuk lastiger om te zien.

Moederpoezen die hun kittens nog zogen, zijn de beste jagers. Daarna volgen zwerfkatten en als laatste onze huiskatten. Vaak brengt een kat haar prooi halflevend naar huis, en legt die dan bij het bed of de bank van haar eigenaar. Ze ziet haar eigenaar dan als een hulpeloos kitten dat ze moet voeden.

Huiskatten kunnen medeveroorzaker zijn van de bedreiging met uitsterven van bepaalde diersoorten. Het jagen van een kat kan soms voorkomen worden, door bijvoorbeeld wetten of regels in te stellen, maar het instinct blijft. Heb je een kat die uitsluitend binnen leeft, dan zul je dat instinct tevreden moeten stellen en speeltjes/namaakprooien in huis halen. Meerdere speeltjes of namaakprooien stimuleren je kat om op verschillende prooien te jagen.

Foto: Kai Hendry (CC-licentie)